
Met de toepassing Wireless Transmitter Utility kunnen gebruikers via bedrade of draadloze LAN’s de camera met netwerken verbinden. Bekabelde verbindingen zijn beschikbaar met camera’s uit de Z9-, Z8-, Z6III-, D6-, D5- en D4-serie, de WT-7 en WT-4 draadloze zenders en de UT-1 communicatie-eenheid, draadloze verbindingen met camera’s met ingebouwd draadloos LAN of met een WT-7, WT-6, WT-5 of WT-4 draadloze zender. Gebruik de Wireless Transmitter Utility om de camera met de pc te koppelen en netwerkprofielen aan te maken.
De afbeeldingen zijn, tenzij anders vermeld, afkomstig van Windows 11. Cameraschermen kunnen variëren met het gebruikte model. Er wordt uitgegaan van de standaard camera- en software-instellingen.
In deze handleiding worden D4S- en D4-camera’s aangeduid als “D4-serie camera’s”, D3S-, D3X- en D3-camera’s als “D3-serie camera’s” en D300S- en D300-camera’s als “D300-serie camera’s”.