• Android
  • iOS

Voor directe Wi‑Fi-verbindingen die u niet eerst hoeft te koppelen me de camera en het smartapparaat kan de SnapBridge-app worden gebruikt. Zie hier voor informatie over de camera’s die deze functie ondersteunen.

Voordat verbinding wordt gemaakt

Voordat u verder gaat:

  • Schakel Wi‑Fi op het smartapparaat in (zie de handleiding van het smartapparaat voor details),
  • Vergeet niet te controleren of de accu’s in de camera en het smartapparaat volledig opgeladen zijn om onverwacht stroomverlies te voorkomen, en
  • Controleer of er voldoende geheugen beschikbaar is op de geheugenkaart van de camera.

Wi‑Fi-mode

Het volgende is niet beschikbaar in Wi‑Fi-mode:

Om deze functies te gebruiken, sluit Wi‑Fi-mode af en koppel de camera en het smartapparaat via Bluetooth.

Wi‑Fi-mode niet beschikbaar

Wi‑Fi-mode kan niet worden ingeschakeld terwijl foto’s vanaf de camera worden gedownload. Wacht, na het downloaden van foto’s of onderbreken van de overdracht, ten minste drie minuten voordat u overschakelt naar Wi‑Fi mode.

Nikon Z-vatting systeemcamera’s

Volg de onderstaande stappen om via Wi‑Fi verbinding te maken met een Z-vatting camera.

  1. Smartapparaat: start de SnapBridge-app. Als dit de eerste keer is dat u de app start, tik dan op Maak verbinding met de camera en ga verder naar Stap 2.

    Geen “Maak verbinding met de camera”-knop?

    Als u op Overslaan hebt getikt of de SnapBridge-app al eerder hebt gestart, tik dan op in het tabblad , selecteer Wi‑Fi-mode en ga verder naar Stap 3.

    Geen “Wi‑Fi-mode”-optie?

    Controleer of de SnapBridge-app up-to-date is. Als u de meest recente versie gebruikt en de Wi‑Fi-mode -optie ontbreekt nog steeds, sluit dan de app af, controleer of de app niet actief is op de achtergrond (de procedure verschilt per smartapparaat; zie de documentatie die is meegeleverd met uw apparaat voor details), controleer of het apparaat is verbonden met het internet en start daarna de app opnieuw.

  2. Smartapparaat: Wanneer u wordt gevraagd het cameratype te selecteren, tik op systeemcamera en tik vervolgens op Wi‑Fi-verbinding.

    Geen “systeemcamera”-optie?

    Controleer of de SnapBridge-app up-to-date is. Als u de meest recente versie gebruikt en de systeemcamera -optie ontbreekt nog steeds, sluit dan de app af, controleer of de app niet actief is op de achtergrond (de procedure verschilt per smartapparaat; zie de documentatie die is meegeleverd met uw apparaat voor details), controleer of het apparaat is verbonden met het internet en start daarna de app opnieuw.

  3. Smartapparaat: Het smartapparaat instrueert hoe u de camera gereed maakt. Schakel de camera in. Tik niet op Volgende voordat u Stap 4–5 hebt voltooid.

  4. Camera: Markeer Wi‑Fi-verbinding in de cameramenu’s en druk op J (op sommige camera’s vindt u de Wi‑Fi-verbinding in het Verbinden met smartapparaat-menu).

  5. Camera: Markeer Wi‑Fi-verbinding maken en druk op J. De SSID en het wachtwoord van de camera worden weergegeven. Merk op dat de Wi‑Fi-verbinding maken-optie niet door alle camera’s wordt weergegeven. In dat geval moet u Wi‑Fi inschakelen en verder gaan naar Stap 6 (zie de camerahandleiding voor details).

  6. Smartapparaat: Keer, na het voltooien van Stap 3–5 op de camera, terug naar het smartapparaat en tik op Volgende.

  7. Smartapparaat: Tik, na het lezen van de instructies die worden weergegeven door het smartapparaat, op Open de Instellingen app van het toestel.

    Het Wi Fi-instellingenvenster van het smartapparaat wordt weergegeven.

  8. Smartapparaat: Voer de SSID en het wachtwoord van de camera in (de SSID en het wachtwoord kunt in de cameramenu’s bekijken; zie de camerahandleiding voor meer informatie). Opties voor Wi‑Fi-mode worden weergegeven zodra een verbinding tot stand is gebracht.

    U hoeft geen wachtwoord in te voeren wanneer u daarna verbinding maakt met de camera, tenzij het wachtwoord in de tussentijd is gewijzigd.

  9. Smartapparaat: Wacht totdat het smartapparaat een verbinding tot stand heeft gebracht. De verbinding is voltooid zodra Wi‑Fi-opties worden weergegeven.

    Het verbindingsstatuspictogram

    De verbindingsstatus wordt aangeduid door de volgende pictogrammen in de rechterbovenhoek van het -tabblad:

    • : De SnapBridge-app is in Wi-Fi-stand zonder een Wi-Fi-verbinding met de camera.
    • : Het smartapparaat is verbonden met de camera via Wi-Fi.

Digitale SLR-camera’s die de Wi-Fi-modus ondersteunen

Volg de onderstaande stappen als u een digitale SLR-camera gebruikt die ondersteuning biedt voor de Wi-Fi-modus. Voor informatie over ondersteunde camera’s, zie hier.

  1. Smartapparaat: Start de SnapBridge-app en tik op Overslaan.

    • Als u de app al eerder heeft gestart, wordt het welkomstscherm niet weergegeven; ga verder naar stap 2.
    • Als u op Maak verbinding met de camera tikt, verschijnt er een Bluetooth koppelingsdialoogvenster. Tik op de knop in de linkerbovenhoek om terug te keren naar het welkomstscherm. Zie hier voor informatie over verbinding maken via Bluetooth.

  2. Tik op in het tabblad en selecteer Wi-Fi-mode.

    Geen “Wi‑Fi-mode”-optie?

    Controleer of de SnapBridge-app up-to-date is. Als u de meest recente versie gebruikt en de Wi‑Fi-mode -optie ontbreekt nog steeds, sluit dan de app af, controleer of de app niet actief is op de achtergrond (de procedure verschilt per smartapparaat; zie de documentatie die is meegeleverd met uw apparaat voor details), controleer of het apparaat is verbonden met het internet en start daarna de app opnieuw.

  3. Smartapparaat: Tik op Wi‑Fi-verbinding wanneer daarom wordt gevraagd. Het smartapparaat instrueert hoe u de camera gereed maakt. Tik niet op Volgende totdat u stap 4 hebt voltooid.

  4. Camera: Selecteer in de menu’s Wi-Fi of Verbinden met smartapparaat > Wi-Fi-verbinding, markeer vervolgens Wi‑Fi-verbinding maken en druk op J om de SSID en het wachtwoord van de camera weer te geven. Als Wi‑Fi-verbinding maken niet wordt weergegeven, ook als de camera Wi-Fi ondersteunt, update dan naar de nieuwste versie van de camerafirmware.

  5. Smartapparaat: Keer na het voltooien van stap 4 op de camera terug naar het smartapparaat en tik op Volgende.

    Wi-Fi-verbindingsinstructies worden weergegeven.

  6. Smartapparaat: Tik, na het lezen van de instructies, op Open de Instellingen app van het toestel.

    Het Wi Fi-instellingenvenster van het smartapparaat wordt weergegeven.

  7. Smartapparaat: Selecteer de SSID van de camera zoals weergegeven in stap 4 en voer het wachtwoord in.

    Opnieuw verbinding maken

    Tenzij het wachtwoord in de tussentijd is gewijzigd, hoeft u het wachtwoord niet in te voeren wanneer u een volgende keer verbinding maakt met de camera.

  8. Smartapparaat: Wacht totdat het smartapparaat een verbinding tot stand heeft gebracht. De verbinding is voltooid zodra Wi‑Fi-opties worden weergegeven.

    Het verbindingsstatuspictogram

    De verbindingsstatus wordt aangeduid door de volgende pictogrammen in de rechterbovenhoek van het -tabblad:

    • : De SnapBridge-app is in Wi-Fi-stand zonder een Wi-Fi-verbinding met de camera.
    • : Het smartapparaat is verbonden met de camera via Wi-Fi.

Kunt u geen verbinding maken?

Als u geen verbinding kunt maken via Wi‑Fi, probeer het dan nogmaals nadat u dit hebt gelezen.

Voordat verbinding wordt gemaakt

Voordat u verder gaat:

  • Schakel Wi‑Fi op het smartapparaat in (zie de handleiding van het smartapparaat voor details),
  • Vergeet niet te controleren of de accu’s in de camera en het smartapparaat volledig opgeladen zijn om onverwacht stroomverlies te voorkomen, en
  • Controleer of er voldoende geheugen beschikbaar is op de geheugenkaart van de camera.

Wi‑Fi-mode

Het volgende is niet beschikbaar in Wi‑Fi-mode:

Om deze functies te gebruiken, sluit Wi‑Fi-mode af en koppel de camera en het smartapparaat via Bluetooth.

Wi‑Fi-mode niet beschikbaar

Wacht, na het downloaden van foto’s of onderbreken van de overdracht, ten minste drie minuten voordat u overschakelt naar Wi‑Fi mode.

Nikon Z-vatting systeemcamera’s

Volg de onderstaande stappen om via Wi‑Fi verbinding te maken met een Z-vatting camera.

  1. iOS-apparaat: start de SnapBridge-app. Als dit de eerste keer is dat u de app start, tik dan op Maak verbinding met de camera en ga verder naar Stap 2.

    Geen “Maak verbinding met de camera”-knop?

    Als u op Overslaan hebt getikt of de SnapBridge-app al eerder hebt gestart, tik dan op in het tabblad , selecteer Wi‑Fi-mode en ga verder naar Stap 3.

    Geen “Wi‑Fi-mode”-optie?

    Controleer of de SnapBridge-app up-to-date is. Als u de meest recente versie gebruikt en de Wi‑Fi-mode-optie ontbreekt nog, sluit dan de app af, controleer of de app niet actief is op de achtergrond, controleer of het apparaat is verbonden met het internet en start daarna de app opnieuw.

  2. iOS-apparaat: Wanneer u wordt gevraagd het cameratype te selecteren, tik op systeemcamera en tik vervolgens op Wi‑Fi-verbinding.

    Geen “systeemcamera”-optie?

    Controleer of de SnapBridge-app up-to-date is. Als u de meest recente versie gebruikt en de systeemcamera-optie ontbreekt nog, sluit dan de app af, controleer of de app niet actief is op de achtergrond, controleer of het apparaat is verbonden met het internet en start daarna de app opnieuw.

  3. iOS-apparaat: Het smartapparaat instrueert hoe u de camera gereed maakt. Schakel de camera in. Tik niet op Volgende voordat u Stap 4–5 hebt voltooid.

  4. Camera: Markeer Wi‑Fi-verbinding in de cameramenu’s en druk op J (op sommige camera’s vindt u de Wi‑Fi-verbinding in het Verbinden met smartapparaat-menu).

  5. Camera: Markeer Wi‑Fi-verbinding maken en druk op J. De SSID en het wachtwoord van de camera worden weergegeven. Merk op dat de Wi‑Fi-verbinding maken-optie niet door alle camera’s wordt weergegeven. In dat geval moet u Wi‑Fi inschakelen en verder gaan naar Stap 6 (zie de camerahandleiding voor details).

  6. iOS-apparaat: Keer, na het voltooien van Stap 3–5 op de camera, terug naar het smartapparaat en tik op Volgende.

  7. iOS-apparaat: Tik, na het lezen van de instructies die worden weergegeven door het smartapparaat, op Open de Instellingen app van het toestel om de iOS-instellingen-app te starten.

  8. iOS-apparaat: Tik op < Instellingen om de “Instellingen”-app te openen. Blader vervolgens omhoog en tik op Wifi die u nabij de bovenkant van de instellingenlijst vindt.

  9. iOS-apparaat: Voer de SSID en het wachtwoord van de camera in (de SSID en het wachtwoord kunt in de cameramenu’s bekijken; zie de camerahandleiding voor meer informatie). Opties voor Wi‑Fi-mode worden weergegeven zodra een verbinding tot stand is gebracht.

    U hoeft geen wachtwoord in te voeren wanneer u daarna verbinding maakt met de camera, tenzij het wachtwoord in de tussentijd is gewijzigd.

  10. iOS-apparaat: Wacht totdat het smartapparaat een verbinding tot stand heeft gebracht. De verbinding is voltooid zodra Wi‑Fi-opties worden weergegeven.

    Het verbindingsstatuspictogram

    De verbindingsstatus wordt aangeduid door de volgende pictogrammen in de rechterbovenhoek van het -tabblad:

    • : De SnapBridge-app is in Wi-Fi-stand zonder een Wi-Fi-verbinding met de camera.
    • : Het iOS-apparaat is verbonden met de camera via Wi-Fi.

Digitale SLR-camera’s die de Wi-Fi-modus ondersteunen

Volg de onderstaande stappen als u een digitale SLR-camera gebruikt die ondersteuning biedt voor de Wi-Fi-modus. Voor informatie over ondersteunde camera’s, zie hier.

  1. iOS-apparaat: Start de SnapBridge-app en tik op Overslaan.

    • Als u de app al eerder heeft gestart, wordt het welkomstscherm niet weergegeven; ga verder naar stap 2.
    • Als u op Maak verbinding met de camera tikt, verschijnt er een Bluetooth koppelingsdialoogvenster. Tik op de knop in de linkerbovenhoek om terug te keren naar het welkomstscherm. Zie hier voor informatie over verbinding maken via Bluetooth.

  2. Tik op in het tabblad en selecteer Wi-Fi-mode.

    Geen “Wi‑Fi-mode”-optie?

    Controleer of de SnapBridge-app up-to-date is. Als u de meest recente versie gebruikt en de Wi‑Fi-mode-optie ontbreekt nog, sluit dan de app af, controleer of de app niet actief is op de achtergrond, controleer of het apparaat is verbonden met het internet en start daarna de app opnieuw.

  3. iOS-apparaat: Tik op Wi‑Fi-verbinding wanneer daarom wordt gevraagd. Het smartapparaat instrueert hoe u de camera gereed maakt. Tik niet op Volgende totdat u stap 4 hebt voltooid.

  4. Camera: Selecteer in de menu’s Wi-Fi of Verbinden met smartapparaat > Wi-Fi-verbinding, markeer vervolgens Wi‑Fi-verbinding maken en druk op J om de SSID en het wachtwoord van de camera weer te geven. Als Wi‑Fi-verbinding maken niet wordt weergegeven, ook als de camera Wi-Fi ondersteunt, update dan naar de nieuwste versie van de camerafirmware.

  5. iOS-apparaat: Keer na het voltooien van stap 4 op de camera terug naar het smartapparaat en tik op Volgende.

    Wi-Fi-verbindingsinstructies worden weergegeven.

  6. iOS-apparaat: Tik, na het lezen van de instructies, op Open de Instellingen app van het toestel.

    De iOS-instellingen-app zal dan starten.

  7. iOS-apparaat: Tik op < Instellingen om de “Instellingen”-app te openen. Blader vervolgens omhoog en tik op Wifi die u nabij de bovenkant van de instellingenlijst vindt.

  8. iOS-apparaat: Selecteer de SSID van de camera zoals weergegeven in stap 4 en voer het wachtwoord in.

    Opnieuw verbinding maken

    Tenzij het wachtwoord in de tussentijd is gewijzigd, hoeft u het wachtwoord niet in te voeren wanneer u een volgende keer verbinding maakt met de camera.

  9. iOS-apparaat: Wacht totdat het smartapparaat een verbinding tot stand heeft gebracht. De verbinding is voltooid zodra Wi‑Fi-opties worden weergegeven.

    Het verbindingsstatuspictogram

    De verbindingsstatus wordt aangeduid door de volgende pictogrammen in de rechterbovenhoek van het -tabblad:

    • : De SnapBridge-app is in Wi-Fi-stand zonder een Wi-Fi-verbinding met de camera.
    • : Het iOS-apparaat is verbonden met de camera via Wi-Fi.

Kunt u geen verbinding maken?

Als u geen verbinding kunt maken via Wi‑Fi, probeer het dan nogmaals nadat u dit hebt gelezen.